Hoe gaat het met taalvrijwilliger in de bibliotheek Evert?

Vrijwilliger Evert zat in de top drie in de categorie ‘onderwijs & jeugdvan de verkiezing van Haagse vrijwilliger van het jaar. De uitreiking was vorige week. Hoe gaat het nu met Evert?

Evert aan het Zoomen met zijn deelnemers

In januari 2020 begon ik voor het eerst als taalvrijwilliger met Nederlandse conversaties. De deelnemers waren buitenlanders die hier wonen en die voor de conversaties naar bibliotheek of buurtcentrum kwamen. Totdat in maart het virus toesloeg. Toen gingen alle locaties dicht. Maar Zoom bood redding. Sindsdien zit ik elke ochtend op Zoom met leuke jonge mensen in Den Haag. Hun landen van herkomst zijn: Egypte, Kazachstan, Italië, Oekraïne, Indonesië en heel veel andere landen. Zij willen graag Nederlands leren en oefenen. Ik geef geen les. Ik laat hen zoveel mogelijk (Nederlands) praten en adviseer hen daarbij. Ik moet dan heel duidelijk spreken en het gaat langzaam. Maar als AOW’er heb ik tijd.  

Dit jaar was voor mij erg leuk, vooral door dit vrijwilligerswerk. Hierdoor had ik vanuit huis elke dag interessante en levendige contacten. Extra leuk was dat enkele deelnemers mij in de stad hebben uitgenodigd om ergens koffie te drinken. Dat was in juli, toen dat kon. Ik ben zelfs met een paar in een restaurantje wezen eten. Op hun initiatief! Ik stond versteld. Het waren allemaal jonge en bevlogen luitjes van dezelfde leeftijd als mijn eigen kinderen. 

Het ging wisselend met mijn cursisten. Van de Egyptenaar verliep het visum, dus hij moest vertrekken. De Italiaan werd door zijn werkgever overgeplaatst naar België. De Kazachse ging vanwege haar werk voor langere tijd terug naar Kazachstan. Toch doen deze 3 soms nog mee met conversaties. Voor mannen die alleen zijn in Nederland is het vaak moeilijker, een Syrische deelnemer zit in AZC Wassenaar. Andere deelnemers zijn soms getrouwd met een Nederlander en hebben daardoor toch een eigen sociaal netwerk. Dat laatste geldt ook vaak voor Marokkaanse en Turkse deelnemers.  

Kijk, ik houd niet van geraniums. Dus het is logisch dat ik als AOW’er dingen onderneem. Dat dit zo leuk zou uitpakken als ik hierboven heb beschreven had ik nooit verwacht. En als klapstuk werd ik genomineerd voor een vrijwilligersprijs van de stad Den Haag. Die prijs heb ik uiteindelijk niet gehad maar ik stond niet met lege handen. Want de contacten met al die deelnemers, met de mensen van Taal aan Zee en andere organisaties in 2020 zijn het helemaal waard. En als het maar even kon zat ik met mijn eigen vriendenkring (toevallig ook veel buitenlanders) weer in een restaurant, een theater of bezochten we een museum.  


Tenslotte wil ik graag als tip meegeven dat je vooral vrijwilligerswerk moet doen dat aansluit bij je belangstelling en ervaring. Als deelnemers merken dat je op je gemak bent creëert dat een ontspannen sfeer. Dat is iets waar de deelnemers veel aan hebben, waar de organisatie blij mee is en waarvan jij natuurlijk ook zelf gelukkig wordt.